De eetbare tuin – Appels,Kersen,Peren en Pruimen – Deel 1

fruit - pruim donker

pinova_website-411403_960x332Fruit
Het staat leuk en niets smaakt zo lekker als zelf gekweekt fruit: vers, als jam, compote of op welke manier dan ook. Zelf fruit kweken, kan in potten op het terras of balkon, aan planten die gewoon tussen de sierplanten staan of in een speciale fruithoek.

Malus 'Red Sentinel'
Malus ‘Red Sentinel’

Grootfruit en kleinfruit
Wie eenmaal gegrepen is door de teelt van fruit wil dit niet meer missen en zal altijd iets ervan in de tuin willen hebben, al is het maar een pot met aardbeiplanten. In de praktijk worden de soorten fruit in twee grote groepen ingedeeld: grootfruit (alles wat aan bomen groeit) en kleinfruit of zachtfruit (bessen, aardbeien, frambozen, bramen).
Bijna alle fruitbomen die in ons klimaat worden geteeld, behoren tot de rozenfamilie. Noten vormen een uitzondering en worden in feite ook niet als fruit maar als aparte vruchtgroep beschouwd. Bij groot-fruit moet u dus denken aan appels, peren, pruimen, kersen en perziken.

Appels
Appels groeien graag op voedzame, doorlatende grond die iets aan de zure kant moet zijn.

Verschillende soorten appels
Appelbomen worden geleverd als hoogstam, halfstam, spil en struikvorm. Voor een kleine tuin is de spilvorm ideaal. Ook omdat spilvormen al in het derde jaar appels kunnen leveren. De maat en groeisnelheid wordt geregeld door de onderstam waarop is geënt. Voor iets grotere bomen is bijvoorbeeld onderstam M9 ideaal omdat appelrassen daarop een flinke oogst geven, terwijl de bomen niet te groot worden. Er zijn vroege, middentijdse en late bloeiers en ook de oogstperioden kunnen flink verschillen.

Malus domestica 'Princesse Noble'
Malus domestica ‘Princesse Noble’

Oude appelrassen
Er zijn duizenden soorten appels geregistreerd. Sommige daarvan zijn al sinds de 16e/17e eeuw bekend. Diverse organisaties en kwekers proberen de oude appelrassen in stand te houden en ze via particuliere liefhebbers te verspreiden. De appels zijn vaak erg lekker van smaak, maar commercieel niet interessant.
Bekende oude soorten appels zijn bijvoorbeeld de ‘Notarisappel’ (1890), ‘Princesse Noble’ (ca. 1700), ‘Sterappel’ (circa 1800), de oeroude ‘Brabantse Bellefleur’ en het heerlijke ‘Syden Hempje’ (circa 1750). Wie er meer over wil weten, kan bijvoorbeeld terecht in het Fruitmuseum ’t Olde Ras, Doesburg (Gelderland).

Bekende appelrassen
Hoewel het assortiment appels bij de kwekers sterk wordt vernieuwd, is een aantal rassen bij het grote publiek door de jaren heen heel bekend geworden en gebleven. Iedereen heeft wel eens een ‘Cox’s Orange Pippin’ gegeten. Dat is een appel die na midden september plukrijp is.
Andere soorten appels zijn bijvoorbeeld ‘Elstar’, ‘Jonagold’, ‘Karmijn de Sonnaville’ en ‘Lombarts Calville’. Iets eerder zijn de al wat oudere ‘Alkmene’ en ‘Elan’ oogstbaar. Echte zomerrassen zijn de zelfbestuivende ‘Benoni’ en ‘Summerred’. Een ras als ‘Discovery’, maar ook de erg bekende ‘James Grieve’, hebben andere bestuivers nodig.

Nieuw en lekker
Na onder andere ‘Elstar’ werden recent nieuwe appelrassen zoals ‘Gala’ en ‘Braeburn’ een succes. Een van de nieuwste appels is een kruising tussen die twee: ‘Kanzi’ met een heerlijk fris aroma, sappig, knapperig en met een opmerkelijke, rozerode kleur. Ook vrij nieuw is ‘Greenstar’, met als bijzonderheid dat daarvan het vruchtvlees van de appel niet bruin wordt als het aan de lucht wordt blootgesteld. Een ideale appel om mee te bakken en in salades en dergelijke.
Plukrijp
Pak de appel beet en draai hem iets. Als hij dan gemakkelijk loskomt en het steeltje aan de appel blijft zitten, oogst u op het juiste moment. Handappels kunt u dan direct eten, bewaarappels rijpen in de opslag nog na.
Behandel vooral rijpe appels voorzichtig, want ze kneuzen snel. Leg ze liefst in ondiepe kistjes naast elkaar. Bewaarfruit wordt altijd nog iets onrijp geplukt. Een boom met handappels kunt u het beste doorplukken, dat wil zeggen: regelmatig oogstrijpe appels afplukken. Niet alles tegelijk.

Bestuivers
Om een goede appeloogst te krijgen moet er meestal kruisbestuiving tussen verschillende appelbomen plaatsvinden. Het stuifmeel uit de bloemen van het ene ras moet die van een ander ras bevruchten. Er zijn dus bijna altijd verschillende appelbomen nodig die tegelijk moeten bloeien. Daar zijn grote verschillen tussen.

Er zijn appelrassen die zelf geen goed stuifmeel leveren en dus andere rassen nauwelijks bevruchten. Dat geldt bijvoorbeeld voor ‘Schone van Boskoop’. Er zijn maar weinig zelfbestuivende rassen. Enkele van die uitzonderingen zijn ‘Summerred’ , ‘James Grieve’ en ‘Benoni’.
Goede bestuivers zijn voor:

1 ‘Benoni’ 1 2 3 5
2 ‘James Grieve’ 1 2 3 4 5 6 10
3 ‘Summerred’ 1 2 3 4
4 ‘Alkmene’ 1 2 3 5 9 10
5 ‘Cox’s Orange Pippin’ 1 2 3 4 6 9 10
6 ‘Lombarts Calville’ 1 2 5 6 9 10
7 ‘Karmijn de Sonnaville’ 1 2 3 4 6 9
8 ‘Schone van Boskoop’ 1 2 3 4 5 10
9 ‘Elstar’ 1 2 3 4 6 10
10 ‘Zoete Oranje’ 2 4 5big_Malus Oranje Reinette  P1130706 (Small).JPG

Gecertificeerd plantmateriaal
U wilt natuurlijk gezonde appelbomen kopen en van het ras waar u om vraagt. Daar kunt u zeker van zijn als u appelbomen met een zogenaamd NAKB-strookje rond de stam koopt. Dan heeft u te maken met door de Nederlandse Algemene Keuringsdienst van Boomkwekerijgewassen gekeurde planten.
Op zo’n strookje staat welk ras het is, op welke onderstam deze werd geënt en wat de kwaliteit en gezondheid van de boom is. Meestal treft u een oranje strookje aan met de aanduiding ‘virusvrij’. Dat is de beste kwaliteit. Een wit etiket betekent dat men bij de keuring niet geheel zeker was van die virusvrijheid en is het etiket blauw dan heeft u met een boom van goede standaardkwaliteit te maken.

Peren
Peren zijn alleen als cultuurplanten bekend. Ze zijn nauw verwant aan appels, maar peren hebben meer warmte nodig en ze wortelen dieper dan appelbomen. Daarom is goed gedraineerde, diep losse grond voorwaarde voor de teelt van peren.

Beurtjaren
Peren kunnen heel goed worden geleid. Sommige peren kennen het verschijnsel ‘beurtjaren’: het ene jaar geven ze veel meer opbrengst dan andere jaren. Dat geldt vooral voor oudere peren zoals de ‘Juttepeer’.
Peersoorten
Er zijn hand- en stoofperen. ‘Supertrévoux’ is een vroege handpeer (oogst in augustus), groot en sappig met een rode blos. ‘Beurré Hardy’ is in september oogstbaar, roestbruin, groot, heel smakelijk en beperkt houdbaar. ‘Bonne Louise d’Avranches’ is eind september plukrijp, vrij klein, sappig, groen met een rode blos, en ook enige tijd bewaarbaar.
Echte bewaarrassen zijn ‘Conference’ (slanke bruingroene vruchten; een goede zelfbestuiver) en ‘Doyenné du Comice’ (geelbruin, lekker sappig). Goede stoofperen zijn ‘Gieser Wildeman’ en ‘Saint Rémy’ (beide roodkokend). Oogst deze peren in oktober. De meeste peren bloeien in april-mei.

Peren als bestuivers
Ook peren vormen het beste vruchten als verschillende rassen elkaar kunnen bestuiven, maar ook door zelfbestuiving worden vruchten gevormd. Dat is echter nooit zeker dus vraag bij aankoop altijd deskundig advies. Goede combinaties zijn:

 1 ‘Supertrévoux’  2
 2 ‘Conference’  1  2  3  4
 3 ‘Doyenné du Comice’  2  4
 4 ‘Gieser Wildeman’  2  4

Pruimen
Bijna alle pruimen zijn uitstekende zelfbestuivers. U heeft dus aan één boom genoeg om vruchten te krijgen. Maar vraag ook bij pruimen advies, want de bestuivingskwaliteit verschilt per ras.

Pruimsoorten
Pruimen hebben meestal veel ruimte nodig. Het kunnen vrij grote bomen worden (uiteraard afhankelijk van de onderstam waarop is geënt). Een mooi oud soort pruimen is ‘Gele Kroos’ die grote aantallen kleine, gele vruchten vormt met een lekkere smaak. ‘Victoria’ is een heel bekend ras met kippeneigrote, paarse vruchten. Bij deze pruimen moeten de takken vaak worden gestut om breken te voorkomen, zo zwaar kan de vruchtdracht zijn. ‘Opal’ geeft kleine, lekkere, geel met paarse vruchten. Dit is een vroeg ras: juli-augustus oogstbaar.
‘Anna Späth’ is een laat ras (plukrijp in oktober) met blauwrode, tamelijk grote vruchten. Een ras met grote opbrengst is ‘Czar’ (rijp in augustus). Deze heeft lekker fris smakende paarsblauwe vruchten die enigszins op kwetsen lijken.

Kwetsen zijn de bekende stevige, vlezige pruimen die onder andere in de tutti frutti worden verwerkt en als bakpruim worden toegepast. Ze zijn in augustus-september oogstrijp. Een goed ras is ‘Italiaanse Kwets’. ‘Reine Claude Verte’ is de bekende groene pruim met de bijzondere smaak.kersenboom

Kersen
Er zijn heel wat groepen kersen, maar in grote lijnen worden er twee hoofdgroepen onderscheiden: zoete kersen en zure kersen of morellen.

Zoete kersen
Zoete kersen kunnen op voedzame grond tot grote bomen uitgroeien, hoewel het aantal kleiner blijvende soorten kersen toeneemt. En ze hebben kruisbestuiving nodig. Dus aan één boom heeft u niet genoeg, tenzij u kiest voor een zogenaamde ‘duoboom’ waarbij takken van verschillende soorten kersen op één onderstam zijn geënt.
Goede rassen zoete kersen zijn onder andere ‘Early Rivers’, een vroege, bruine kers (rijp in juni) en ‘Schneiders Späte Knorpelkirsche’ (roodbruin, juli); ‘Inspecteur Löhnis’ vormt dieprode vruchten (oogst in juli); de ‘Wijnkers’ is ook plukrijp in juli. Dit zijn lekkere donkerbruine kersen.

Mix van zoet en zuur
Heel bijzonder is de ‘Meikers’ die een kruising vormt tussen zoete kersen en zure kersen. De rode vruchten daarvan zijn in juni-juli oogstbaar en het is een goede zelfbestuiver die minder zware eisen stelt aan de grond waarin hij groeit.
Zure kersen
Zure kersen zijn uitstekende zelfbestuivers. Deze kersen dragen niet op het oude, maar op eenjarige twijgen en moeten daarom stevig worden gesnoeid met als bijkomend voordeel dat de bomen kleiner blijven. Goede rassen zure kersen zijn ‘Kelleriis Nr. 16’ en ‘Morel’. De vruchten zijn in juli-augustus oogstbaar.

In het volgende deel van ‘De eetbare tuin’ ; Krentenbomen,Vlierbessen,Jeneverbessen,Bottelrozen,Noten,Tamme Kastanjes en Hazelnoten.

1 Comment

Reacties zijn gesloten.