De geschiedenis en de sociale waarde van de Zaanse volkstuin .

oudje

Een landelijke tendens laat zien dat er in de afgelopen 15 jaar een groot areaal , namelijk 250 Ha aan volkstuinen in ons land verloren is gegaan. Vaak zijn dit de grotere complexen in de Randstad die verloren zijn gegaan . Ook liepen het aantal bezoeken aan volkstuinen flink terug.Naast de recreatieve waarde heeft de volkstuin ook een natuur-waarde en zeer zeker ook een maatschappelijke waarde.De volkstuinen in onze streek hebben een leegloop in de jaren negentig om weten te buigen naar een stijgende vraag waardoor er nu vaak zelfs wachtlijsten zijn.

En nu naar het dak!

Er zijn in Zaanstad 26 volkstuinlocaties waarvan 21 met een vereniging. Zij beslaan ongeveer 42 hectare grondgebied. Samen hebben de verenigingen circa 1100 leden. De meeste complexen worden verhuurd door de gemeente en zijn in het bestemmingsplan opgenomen. De Zaanse volkstuin onderscheidt zich nog als een traditionele nuts-tuin met groente- en bloementeelt, terwijl de ontwikkeling rond Amsterdam meer de richting opgaat naar tuinen met recreatiehuisjes. De Zaanse volkstuinen liggen verspreid over de stad en hebben ieder een sterke eigen identiteit.

Verse oogst bij Het Westen in Wormerveer.
Verse oogst bij Het Westen in Wormerveer.

Zichtbaar is de trend van ouderwetse nuts tuinen met Hollandse groenten naar een veelkleurig sortiment met exotische gewassen en bloemen. Dat gaat hand in hand met de komst van jongere leden, meer vrouwelijke leden en leden met een diverse culturele achtergrond. Vooral de succesvolle schooltuinen dragen direct bij aan de integratie.

Stedenbouwkundig zijn de parken onderdeel van de groenvoorziening. Veel wat grotere parken herbergen een grote flora en fauna.Het huren van een volkstuin is goedkoop en daarom voor vrijwel iedereen haalbaar.De tuinen leveren een aantoonbare meerwaarde als groene en sociale voorziening in de Zaanstreek.SAM_0447

De eerste volkstuin in Zaanstad ontstond in 1899 in Assendelft, opgericht door een coöperatieve vereniging voor arbeidersbelangen. In die tijd ontstonden ook volkstuinen langs spoorwegen voor de sein- en wisselwachters.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog heerste er voedselgebrek en de volkstuintjes maakten in die periode een enorme groei door.

Er was een groot tekort aan aardappelen en groenten en grondeigenaren zoals overheden en bedrijven stelden grond beschikbaar om gebruikt te worden als volkstuin. In 1917 ging de gemeente Zaandam terreinen bij de nieuwe zeehaven, de Belgische straat en het Smits-pad aan de Oostzijde verhuren. De firma Verkade & co stelde een terrein achter de Ooievaarsstraat ter beschikking voor haar personeel.

Er werd in dat jaar een tuinbouwvereniging opgericht die later vereniging van Volkstuinen (VVZ) werd genoemd. Door firma Honig werden ‘ werkelozen-tuinen’ gesticht en later ook terreinen naast molen het Pink en in Zaandijk ter beschikking gesteld. In 1928 werd het Algemeen Verbond van Volkstuinverenigingen in Nederland opgericht, met later Jan Vroegop als voorzitter.

Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog vormden de volkstuinen een belangrijke voedselbron. Na de jaren ’50 bleven de volkstuinen populair, al kwamen ze vaak onder druk te staan door stedelijke ontwikkelingen. Verhuizing van ‘Het Eiland’ was voor veel leden vanwege de grotere loopafstand een bezwaar.                                                                     Ook de complexen ‘Oostzijde’, ‘Ringweg’, ‘Oorlog’  (nu  Ons ideaal, Jan Vroegop, Nut en Genoegen)  en ‘Waterstaat’ verhuisden, later ook het Pink en een deel van Werkmanskracht in Assendelft.oudje

Over de jaren heen is te zien dat de reden om een volkstuin te hebben is verschoven. De volkstuinen zijn geboren vanuit noodzaak, om te voorzien in de behoefte aan voedsel waar andere voedselbronnen beperkt waren. Deze noodzaak is meer en meer verdwenen en heeft plaats gemaakt voor de behoefte aan recreatie en hobby.

Vanaf begin jaren vijftig werden er bijvoorbeeld een landelijke bloemen-dag georganiseerd en waren niet alleen meer mannen actief in verenigingen. Later volgden de open dagen en werd een veel breder publiek aangetrokken.
Menig Zaanse vereniging heeft inmiddels een of meerdere jubilea gevierd, tot zelfs een 100-jarig bestaan. Verenigingen grijpen dit soort jubilea vaak aan om het bestaan feestelijk te vieren.

SAM_0464

De volkstuinen in Nederland beginnen steeds meer het aanzien te krijgen van recreatieparken. Met bebouwing in de vorm van grote tuinhuisjes, speelattributen en soms ook zwembaden is het verblijven belangrijker geworden dan het tuinieren. Ook in deze regio en met name in Amsterdam is deze ontwikkeling te zien. Daar zijn de echte moestuinen schaars geworden.

Opvallend in Zaanstad is dat, op een enkele uitzondering na, de moestuin een zeer centrale rol speelt. Een aantal volkstuinen, zoals ’t Pink, Polderlust en Assendelft-Noord, bestaat bijna volledig uit moestuinen. De bebouwing blijft hier beperkt tot kleine tuinhuisjes of schuurtjes en kasjes. Ook in de volkstuinen die zich meer als park ontwikkelen en waar het verblijven belangrijker wordt, zoals bij de complexen Nut en Genoegen, Jan Vroegop en Zaanderhorn, is er nog een behoorlijk aandeel moestuin. Een belangrijk kenmerk van de recreatieparken is dat er overnacht wordt. In de Zaanse volkstuinen wordt dit echter nergens toegestaan en er wordt ook daadwerkelijk nauwelijks overnacht.

Volkstuinders spannen zich over het algemeen in om biologisch te tuinieren, of in ieder geval zo min mogelijk bestrijdingsmiddelen te gebruiken. De volkstuinders hebben benadrukt dat het tuinieren voor hen een manier is om zich te ontspannen en met hun hobby bezig te zijn. Onderzoek heeft uitgewezen dat de hoeveelheid stresshormonen in het menselijk lichaam afneemt door tuinieren. Ook het sociale aspect van de volkstuinen draagt bij aan de (geestelijke) gezondheid.

Al deze aspecten maken dat het hebben van een volkstuin als een gezonde hobby kan worden beschouwd. Vooral voor oudere volkstuinders lijkt de volkstuin belangrijk te zijn voor hun sociale contacten.

De Monet-tuin in Zaandam is een voorbeeld van een succesvolle buurt-tuin.
De Monet-tuin in Zaandam is een voorbeeld van een succesvolle buurt-tuin.

Er zijn voorbeelden van nieuwe bedrijventerreinen gecombineerd met volkstuinen. In stedelijke gebieden worden onbestemde stukken openbaar groen ingericht als openbare wijktuin. We zien daarvan in de Zaanstreek de inzet van mensen als Bas Husslage en Eelco Aartsen die zich o.a hebben ingezet bij het oprichten van de Monet-tuin op de Hoge dijk in Zaandam Dat komt ten goede aan de sociale cohesie in de wijk en speelt in op de optimalisering van het gebruik van de openbare leefomgeving. Volkstuinen kunnen een belangrijke rol spelen in het doorgeven van ecologische kennis aan nieuwe generaties, bijvoorbeeld in de vorm van schooltuinen.

Bestaande volkstuincomplexen kunnen met weinig middelen worden ingericht zodat de recreatieve functie wordt vergroot en er een echte parkfunctie ontstaat voor de wijk. Deze laatste ontwikkeling is in Zaanstad te zien op de
complexen van Jan Vroegop, Nut en Genoegen en Ons Ideaal. Deze complexen hebben een parkachtige sfeer, met aangelegde wandelpaden, bomen en veel openbare gedeelten. Een aantal Zaanse verenigingen heeft ook een gedeelte van het complex voor schooltuinen ingericht. Deze zijn zeer populair bij scholen en hun leerlingen en
worden actief gebruikt, meestal voor de kinderen uit groep 7 en 8.

In het volgende deel een overzicht van alle Zaanse volkstuinen.

feiten en cijfers bron,Gemeente Zaanstad.